1. Y-DNA Brussee

Het testen van Y-dna voor genealogische doeleinden wordt genoemd “Genetische Genealogie”. Het is een manier van voortzetting van de gewone genealogie met andere middelen. Wanneer het stamboomonderzoek in archieven stokt en in tijdschriften en boeken niets meer vermeld staat is het tegenwoordig mogelijk met genetisch onderzoek verder te komen.

In 2017 heeft Nic als eerste Brussee een Y-dna test gedaan bij Family Tree DNA in de Verenigde Staten om bovenstaande reden. Inmiddels hebben nog een aantal andere Brussee’s bij deze dna test organisatie een Y-dna test gedaan. De testers behoren tot verschillende vooroudertakken van Brussee. De Y-dna resultaten bevestigen dat ze allen dezelfde Y-dna kenmerken hebben in de vaderlijke lijn. Daarmee is vast komen te staan dat hun jongste gezamenlijke voorvader is “Jacob Samuelszn Brussee circa 1642-1710“. Wat betekent dat deze voorvader ook dezelfdfe Y-dna kenmerken moet hebben gehad. Met dit fantastische nieuws kunnen we verder Y-dna onderzoek doen naar de herkomst van de Nederlandse stamvader “Samuel Jacobsen” geboren rond 1610.

Wat is Y-dna ?

Er is één chromosoom, het Y-chromosoom, dat onveranderd wordt overgeërfd van vader op zoon. Deze bevat het Y-dna dat juist wel kan muteren. Die mutaties maken het mogelijk verwantschappen te ontdekken. In iedere generatie treedt er in een van de genen wel een verandering op. In de genetische genealogie gebruiken we twee soorten mutaties die op het Y-chomosoom kunnen plaatsvinden:
A. In de Y-dna markers zijn er STR mutaties, waarbij het aantal herhalingen verandert.
B. Elders in het Y-dna zijn er grote SNP mutaties waar nucleotiden van plaats ruilen.

Iedere verandering die plaats vindt wordt daarna van vader op zijn zonen doorgegeven.

We kunnen het Y-DNA in honderden segmenten indelen en van ieder segment de herhalingswaarde bepalen. We noemen dat de DYS-waarde, ook wel STR. Deze waarde varieert tussen 8 en 50. Eens in de gemiddeld 100 generaties verandert zo’n waarde een eenheid. Wanneer je honderd plaatsen test is er dus in iedere generatie gemiddeld één mutatie in een segment. Bij 50 geteste plaatsen wordt dat dan een kans op iedere tweede generatie. Sommige STR-waarde muteren vaker dan anderen.

De verzameling STR-waarden van een persoon noem je zijn haplotype. Wanneer je nu van twee of meer personen hun haplotype hebt, hoef je de uitslagen maar naast elkaar te leggen om de verwantschap te berekenen. Deze verwantschapsberekening van het Brussee Y-dna doet Family Tree DNA. Alle Y-dna geteste personen met hetzelfde haplotype kunnen worden ingedeeld in haplogroepen.

Op een chromosoom kan ook een basiselement (nucleobase) veranderen. Dat is een SNP (single-nucleotide polymorphism). Een duidelijkere benaming voor een SNP is een SUB-haplogroep. Deze muteren wel honderd keer minder vaak dan STR’s doen. Gemiddeld iedere 144 jaar of ongeveer 5 generaties ontstaat er een kleine mutatie in het Y-chromosoom. Die mutatie wordt een SNP genoemd. Iedere SNP die ontdekt wordt, krijgt van het laboratorium waar de vondst is gedaan een code toegewezen. Met de reeks aan SNP’s kunnen verre verwantschappen in de mannelijke lijn tot duizenden jaren in het verleden worden bepaald en kan de voorvaderlijke migratieroute in kaart worden gebracht. Bron: https://www.marres.nl/wat_is_genetische_genealogie.htm

Bron: Y-DNA | What is Y-DNA? | AncestryDNA® Learning Hub

De Brussee haplogroep en de bijbehorende reeks van SNP’s

Het Y-dna onderzoek via de haplogroep en de SNP’s is tegenovergesteld aan het gewone papieren stamboomonderzoek. Bij Y-dna onderzoek begin je in het verre verleden, bij het ontstaan van de haplogroep die de mannen in een familie dragen. Het vervolgonderzoek op de reeks bijbehorende SNP’s en matches, maakt de migratieroute die is afgelegd door de verre voorvaderlijke lijn naar het heden steeds duidelijker.

Het uiteindelijke doel van ons Y-dna onderzoek is, het vinden van een buitenlandse Y-dna match met dezelfde SNP reeks tot circa de Middeleeuwen en met een vergelijkbare achternaam. Dan zal de gehele migratieroute en afstamming duidelijk worden en kan deze gekoppeld worden aan de vondsten van het papieren stamboomonderzoek.

Mannen behoren tot dezelfde haplogroep en SNP’s als ze dezelfde kenmerkende mutaties hebben. De haplogroep waartoe de familie Brussee behoort is R1b.

In afbeelding 1 is te zien wanneer haplogroep R1b is ontstaan. Ook staan de eerste belangrijke SNP’s van de Brussee migratielijn vermeld: M269, L23 en P312.

Betekenis “YBP” in afbeelding 1: Years before present – het aantal jaren terug vanaf het heden.

Afbeelding 1

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is haplogroups-timeline.png

Afbeelding 2 – Migratieroute van haplogroep R1b aan de hand van de SNP groepen

De voorvaderlijke lijn van R1b is terug te voeren op de steppeherders. Een ruitervolk die rond 4000 v.Chr. vanaf de Pontisch-Kaspische steppe naar West Europa trok. Samen met haplogroep R1a luidden ze een nieuw tijdperk in, de Bronstijd. Ze introduceerden o.a. metaalbewerking, het wiel, veeteelt en paarden met wagens.

Vanaf omstreeks 2500 v.Chr., de periode waarin de klokbekercultuur zich in Portugal ontplooide, bereikte vanuit de Kaukasus, via de steppeculturen de techniek om brons te produceren Midden-Europa, met de eerste centra in het Karpatenbekken, ongeveer het huidige Hongarije.

Na de ontdekking van tinertsen in de Karpaten en het Ertsgebergte ontstond er een levendige handel in brons over geheel Europa. De klokbekercultuur was een belangrijk element in de ontwikkeling van de metallurgie in het Iberisch schiereiland en het ontstaan van de eerste bronstijdculturen op de Britse Eilanden, zoals de Wessexcultuur. In Spanje ontstond de El Argarcultuur (2200 tot 1550 v.Chr.).

Volg op onderstaande kaart, afbeelding 2, de voorvaderlijke migratielijn van Brussee via de vermelde SNP groepen: M269 – L23 – L51 – P312 – DF27. Meer informatie is te vinden in de bron: www.eupedia.com

Afbeelding 3 – Family Tree DNA SNP certificaat van het Y-DNA Brussee

Afbeelding 4 Genetische stamboom vanaf SNP “DF27


SNP “DF27” ontstond na het begin van de Europese Bronstijd en komt vooral voor in de bevolking van de Pyreneeën. De regio’s waar het voornamelijk is aangetroffen zijn  BaskenlandNavarraAsturiëGaliciëPortugalAragonCatalonië, Pyrénées-Atlantiques en enige aanwezigheid in Groot-Brittannië en  Ierland. Hoewel het in kleinere hoeveelheden is aangetroffen tot in Duitsland en Polen.

De SNP kan gelinkt worden aan de klokbekercultuur (Bell Beackerculture). Specifieke subgroepen van DF27 zijn geassocieerd met specifieke groepen mensen, bijvoorbeeld SNP M167/ SRY2627 is geassocieerd met de Catalanen in het noord-oosten van het Iberisch schiereiland. Bron: Wikipedia – R-DF27

De genoemde culturen bestonden echter uit mannen die drager konden zijn van verschillende (sub)haplogroepen.

De Brussee SNP-migratielijn is in onderstaande genetische stamboom te volgen via de lichtblauwe stippen.

Afbeelding 5 – SNP M167 / SRY2627

Deze SNP is ontstaan bij de verre nazaten van DF27 in de periode 1500 en 1000 v.Chr. op het Iberisch schiereiland. Naar deze SNP is veel onderzoek gedaan, waardoor het percentage van aanwezigheid in kaart is gebracht. Dit is te zien op onderstaande afbeelding. Het hoogste percentage is gevonden in de Pyreneeën in het bergdorp “Valle de Arán”.

Bron: Wikipedia – Haplogroup M167

Afbeelding 6 – Expansie van SNP “M167/SRY2627”

Hoogste percentage is de kleur rood.

Bron: Indo-European.com

Haplogroep R1b-M167/SRY2627 kan gelinkt worden aan Kelten die zich uitbreidden met de Urnenveldencultuur.

Veel van de late bronstijdculturen van Europa circa 1200-750 v.Chr. worden hier getoond. De primaire focus ligt op de urnenveldencultuur en zijn regionale uitlopers, en de twee belangrijkste niet-mediterrane bronstijdsystemen. Het was uit de Urnenveldencultuur dat de daaropvolgende Hallstatt-cultuur van de Kelten voortkwam.

Meer info via de link:Haplogroup R1b-M167/SRY2627 linked to Celts expanding with the Urnfield culture | Indo-European.eu

Afbeelding 7

Bron: www.historyfiles.co.uk

Afbeelding 8 – Keltische expansie van 800 v.Chr. t/m 250 v.Chr.

Bron: The ancient Celts: More Europe-wide than you would think · TheJournal.ie

Expansie van SNP “M167/SRY2627” naar het noorden, via de Hallstatt en La Tène culturen

De Hallstatt-cultuur was de overheersende West- en Midden-Europese cultuur uit de late bronstijd, die zich ontwikkelde uit de Urnfield-cultuur. En in een groot deel van zijn gebied werd gevolgd door de La Tène-cultuur. Het wordt vaak geassocieerd met Proto-Keltische populaties.

Tegen de 6e eeuw v. Chr. was het uitgebreid tot brede gebieden naar het oosten en het westen, zoals te zien is op afbeelding 8. Deze bestreken een groot deel van West-en Midden-Europa. Noord-Italie, delen van Groot-Brittannië en Iberia. Bron: Wikipedia – Hallstatt culture

De cultuur was gebaseerd op landbouw, maar de metaalbewerking was aanzienlijk vooruit gegaan. Tegen het einde van de periode was de langeafstandshandel binnen het gebied en met mediterrane culturen economisch significant. Sociale onderscheidingen werden steeds belangrijker met opkomende eliteklassen van leiders en krijgers. Bron: Wikipedia.org – Hallstatt Culture – link: https://indo-european.eu/2019/03/haplogroup-r1b-m167-sry2627-linked-to-celts-expanding-with-the-urnfield-culture/

Afbeelding 9-Proto Keltische strijders van de Urnenveld-/Hallstattcultuur

Bron: Early Celtic Cultures – The Celts In Europe: (weebly.com)

CATALONIË, land van leiders in de strijd (Warlords)

De Keltische naam cato-vell-aunos is afgeleid van het Brythonisch catu – wellauni wat “strijdhoofden” of “strijdleiders” betekende. Dit komt uiteindelijk van het Proto-Keltisch “catu”, strijd, en “wali”, leiden.
De wortel uellauno- komt terug in veel andere Keltische namen en de Catuvellauni, de Zuidoost-Britse stam, waarvan de naam ook verwant lijkt met de Catalauni en Catalaunia (Catalonië). Bron: Wikipedia.org – Catalauni

De Keltische Hallstatt cultuur heeft zich rond 800 v.Chr. in Catalonië gevestigd en zich vermengt met de inheemse Iberische bevolking. In deze periode ontstond, in het Y-dna van de inheemse Iberiërs en/of de inheemse Mailhacien cultuur in het zuiden van Frankrijk, SNP Z206.

SNP R-Z206 geassocieerd met de Mailhacien cultuur in zuid-oost Frankrijk

De verspreiding van R1b1: M167 / SRY2627 (TMRCA ca 1500 voor Christus), met subclades/SNP’s Z202 en Z206 is met een piek in moderne Oost-Iberische populaties (Solé-Morata et al., 2017), maar ook wijdverbreid in Frankrijk en Zuid-Duitsland. Vertegenwoordigt mogelijk de uitbreiding van Keltische volkeren met deze geslachten, oorspronkelijk waarschijnlijk geassocieerd met de culturen van Urnenveld en/of Mailhacien. Bron: https://indo-european.info/game-clans-clash-chiefs.pdf

Mailhacien cultuur van circa 900 v.Chr. tot circa 200 na Chr.

Deze cultuur ontstond in de overgangsperiode van de laatste Bronstijd naar de IJzertijd en hield een Millenium lang stand tegen invallen van Keltische stammen.

De cultuur is vernoemd naar de eerste vindplaats van het Oppidum Cayla nabij de plaats Mailhac. in de westelijke Languedoc. Een oppidum is een heuvelfort. Dit heuvelfort speelde toen een centrale rol, omdat het de handelsroute naar het westen, de Atlantische kust beheerste. De cultuur bewoonde, in kleine, verspreide, agrarische gemeenschappen. Een gebied dat zich uitstrekte vanaf de vallei van de Aude naar die van de Rhône. Het gevonden keramiek vertoont een Griekse invloed van de Griekse kolonies aan de Middellandse zeekust.

Afbeelding 10 – Het gebied van de Mailhacien cultuur

Bron: Indo-European.eu

Wie waren deze vroege Mailhaciens?

De Mailhacien cultuur was een kleine inheemse bevolkingsgroep die leefde in heuvelnederzettingen in de regio Narbonne, Béziers en Carcassonne. Zie kaart op afbeelding 11. Ze droeg de naam ELISYQUES (Elish(yan)). Genoemd door de Griekse handelaren, Hélicé. De Elisygues konden hun naam ontlenen aan het Heliceous moeras (benedenvlakte van de Aude). De stam was gecentreerd op de Montlaurès heuvel-nederzetting, boven de lagunes rond het moderne Narbonne. Daar lag hun hoofdstad NARO. Het Oppidum Pech Malo bij de plaats Sigean was één van hun belangrijkste commerciële plaats. Ze stonden open voor Iberische, Helleense en Keltische invloeden, behield het, niettemin het grootste deel van zijn cultuur tot de Romeinse kolonisatie.

Het gebied was rijk aan minerale, culturele en historische rijkdom. De Elisyques produceerden granen en handelden in ijzer, zilver en koper, die ze ruilden voor wijn, olijfolie en keramiek uit de mediterrane regio’s, gereedschappen, wapens en sieraden uit de Keltische regio’s van Zuid-Gallië en de Spaanse oostkust. Het archeologische werk uitgevoerd in Mailhac vertoont een gelijkenis met de evolutie van de andere oppida van het Elish-gebied (afbeelding 12).

Rond 800 v.Chr. werd hun gebied al bedreigd door Keltische stammen van de Hallstatt cultuur. Vanaf dat moment werden door het Elisyan-volk een reeks heuvelforten gebouwd, op voorgebergten die een indrukwekkend uitzicht over de vlakte en het weg- en rivierverkeer mogelijk maakten.

Bronnen: It.Wikipedia-Mailhac, fr.wikipedia.org/wiki/Oppidum_du_Cayla, fr.wikipedia.org/wiki/Élisyques en dolmen.wordpress.com/2008/05/15/the-oppidum-in-languedoc

Afbeelding 11-Kaart van de heuvelforten (oppidum) van de Elisyques:

Bron: dolmen-wordpress,com – the oppidum in Languedoc

Afbeelding 12 – Kaart van Iberische en zuid-oost Franse stammen rond 6e eeuw v.Chr.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is afbeelding.png
Bron: fr.wikipedia.org

Iberische invloed op de Elisyques

De Iberische invloed is reëel: de Elisyques hadden misschien met de stammen die zich in Catalonië vestigden, een oorspronkelijke nederzetting, verwantschap en een nauwe manier van leven; beiden spraken blijkbaar de Iberische taal.

Het is bekend dat de Iberiërs grotendeels betrokken waren bij commerciële activiteiten. Die hen soms leidden naar oppida in het westelijke deel van wat nu de Herault is. Dit werd bewezen door talloze epigrafische sporen geschreven in de taal Iberian2. Ook zijn er Iberische munten gevonden in het gebied van de Elisyques / Mailhacien cultuur. Bron: fr.wikipedia.org – Elisyques en Volques Arécomiques

Meer info over de oude Iberische cultuur in de link: Iberiërs (spaanseverhalen.com)

Invloed van Griekse stadskoloniën vanaf 600 v.Chr.

Vanaf 600 v.Chr. werden de Griekse stadskolonies gesticht aan de Gallische en Iberische Middellandse zeekust. Zoals Empórion in Catalonië. En bij Nice, Monaco en Monte Carlo. Vanuit deze plaatsen verspreidde de Griekse cultuur zich langs de rivieren en handelswegen over Zuid-Frankrijk en beïnvloedde sterk de Keltische stammen van het binnenland.

Van ca. 540 tot 450 v. Chr. was er een intensieve periode van uitwisseling van handel tussen de grote Griekse kolonie Massilia (Marseille) en de elites van West Hallstatt (in Centraal Europa van Bourgondië, via Zwitserland tot Zuid-Duitsland) via de rivieren de Rhone en de Saone. Ook werd er gehandeld naar het zuid-westen van Frankrijk en verder naar de Britse eilanden. De belangrijkste handelswaren waren tin, amber, keramiek en wijn. De druif werd door de Grieken van Massalia in het zuiden van Gallië geïntroduceerd. Bron: Wikipedia.org – Marseille

Afbeelding 13 – Y-DNA haplogroep rapport van R-Z206

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is afbeelding-1024x566.png
Bron: Family Tree DNA

Afbeelding 14 – Genetische SNP stamboom van R-Z206 met de opvolgende SNP’s.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is afbeelding-2.png
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is afbeelding-1.png

SNP R-BY36344

Is de tot heden jongst ontdekte SNP in het Y-DNA van Brussee en ontstaan rond 600 v.Chr. Deze verre voorvaderen leefden vermoedelijk in het gebied van de rivier de Aude in het zuid-oosten van Frankrijk. In een periode dat er grote handelsnetwerken kwamen door de Griekse kolonies aan de Middellandse zee.

Van de in afbeelding 13 genoemde broeder SNP’s is Z208 de grootste familiegroep met maar liefst 173 jongere SNP’s.

Deze SNP komt meer aan de westkust van Frankrijk voor. Dit deel is onder invloed geweest van Engeland, waardoor de Britten ook op deze SNP positief testen.

Zoals te zien is in afbeelding 14 behoort het Brussee Y-dna Brussee tot de kleinste SNP familiegroep. De reden daarvan is waarschijnlijk, omdat de SNP vooral aan de oostkant van Frankrijk voorkomt. In dit deel is nog bijna geen Y-dna getest, omdat het testen van DNA voor genealogische doeleinden in Frankrijk helaas niet wordt gepromoot.

Vanaf 218 v. Chr. permanente vestiging van Keltische stammen in het zuid-oosten van Frankrijk

De Kelten (Volques) vestigden zich aan het einde van de 3e eeuw v.Chr. in het gebied van de Elisyques en mengden zich met de lokale bevolking, terwijl de Kelten een minderheid bleven. Ze hadden twee hoofdtakken, de Volques genaamd Arécomiques, waarvan de hoofdstad Nemausus (Nîmes) was. En de Volques Tectosages, waarvan de hoofdstad Toulouse was. Alle laagland gebieden tussen de Rhône en de Garonne zijn dan bezet door de Volques (Kelten), zie afbeelding 15.

De Elisyques zelf bleven de regio bevolken onder de politieke overheersing van Volque-leiders. De Keltische Volques legden hun macht op aan het volk van de Elisyques, zonder hun gewoonten te verstoren. Kleiner dan de inheemse bevolking, lijken de Kelten de rol van een militaire en politieke elite te spelen. Ze staan open voor de Helleense (Griekse) cultuur, net zo goed als de Elisyques.

Met de romanisering rond de tweede eeuw na Christus werden al hun heuvelforten definitief verlaten. De Elisyques zullen langzaam zijn opgegaan in de Gallo Romeinse bevolking van de Narbonensis. Archeologen hebben de hybride cultuur van de Elisyques genoemd: een Ibero-Languedoc cultuur. Bronnen: fr.Wikipedia – Elisyques en Tectosages

Afbeelding 15 – kaart van de verdeling van Gallië rond 54 v.Chr.

Bron: Wikipedia – Gallië

Studie haplogroep R1b-SRY2627 van Toulouse en Auvergne

In Frankrijk wordt er helaas nog weinig aan genealogisch DNA onderzoek gedaan. Tocch is er na de ontdekking rond het jaar 2000 van SNP R-SRY2627/M167 een grote Y-DNA studie gedaan. Met o.a. onderstaande resultaten die voor ons onderzoek van belang zijn:

Interessant is het contrast tussen Midi-Pyrenees (Toulouse) en Auvergne (Clermont-Ferrand) in de studie van Ramos-Luis gedaan in 2009;

  • Midi-Pyreneeën (Toulouse) 67 monsters = 7,4% R1b-SRY2627 / 13,4% R1b-U152 [Keltische Gallië].
  • Auvergne (Clermont-Ferrand) 89 monsters = 1,1% R1b-SRY2627 [Iberisch] / 16,8% R1b-U152 [Keltisch Gallië].

Note: de bovenstaande genoemde SNP U152 valt ook in haplogroep R1b, maar is een andere SNP vertakking die al rond 2200 v.Chr. plaatsvond in de omgeving van de Alpen. Deze SNP familiegroep verplaatste zich naar het huidige Italië, zie afbeelding 2.

SNP R-BY36344 match met de naam Bienaimé – herkomst Auvergne, Frankrijk

Deze SNP match is nog maar kort geleden ontdekt. De oudste vermelding van de naam Bienaimé komt voor in de archieven van de Franse stad Nimes. In het jaar 1385 wordt een Jean Bienaimé genoemd. Een benedictijn die behoorde tot een klooster te Clermont in het departement Auvergne. Een geestelijke behoorde tot de adel. Sinds 1630 zijn de stadjes Clermont en Ferrand samengevoegd tot één stad, Clermont-Ferrand.

De gezamenlijke voorvader in mannelijke lijn van de families Brussee en Bienaimé heeft geleefd rond 600 v.Chr.

Opvallend te noemen is dat de autosomale Brussee DNA test ook een herkomst uit het Franse departement Auvergne laat zien.

Andere matches op SNP “BY36344

TREMBLAY, TRAMBLAY, TROMBLEE, Canadese familie met een afkomst uit Frankrijk. Afstamming van “BERNARD DE TRAMELAY circa 1100-1153” GROOTMEESTER VAN DE TEMPELIERS van 1149-1153. Geboren op kasteel “de Dramelay”, Franche Comté. Deze voorvader stamde af van Bourgondische graven de Montfaucon.

NADAL-CAMALLONGA, afkomstig uit Catalonië, Spanje.

BENGTSSON, 1630 afkomstig uit Skorje, Blekinge Lan, zuid-Zweden.

GRAHAM, 1706 afkomstig uit Ierland.

MIDDLEMISS, de Angel-Saksische naam komt van de plaatsnaam Middlemass, een district bij Kelso in het zuidelijke grensgebied van Schotland. 1406, Wilyeam Myddilmast, kapelaan. De abdij van Kelso is in de 12e eeuw door koning David I geschonken aan Franse religieuzen van de orde van Tiron.

JONESVerenigde Staten, afkomstig van Ierland.

Bron: Family Tree DNA, project “SRY2627 and subclades”

De 37 STR-marker matches van vier Y-dna geteste Brussee’s

Zoals aan het begin van dit hoofdstuk staat vermeld zijn er naast SNP mutaties ook STR mutaties. Hoe meer van deze mutaties er zijn tussen personen met dezelfde familienaam hoe verder terug in de tijd de verwantschap in mannelijke lijn ligt. De ééne STR-marker muteert sneller dan de andere.

Overzicht STR-marker matches Brussee

In afbeelding 16 staan de eerste 37 STR-markers vermeld van iedere geteste Brussee. Te zien is dat er niet meer dan 1 STR-mutatie is per geteste Brussee op de eerste 37 STR-markers. Omdat de haplogroep overeenkomt, de overige STR-markers exact met elkaar overeenkomen en dezelfde achternaam dragen, zijn ze allen drager van dezelfde Y-dna kenmerken. En behoren daarmee allemaal tot dezelfde SNP familiegroep “R-BY36344”.

Afbeelding 16 – STR-markers van het Y-DNA van Brussee

Oud Y-dna R1b-DF27 en SRY2627 gevonden in Vikinggraven. Normandiërs?

Details over Y-dna uit het Vikingtijdperk (ca. 750-1066 AD) werden in juli 2019 gepubliceerd in een online artikel – Population genomics of the Viking world, Ashot Margaryan et al.. Vier begrafenissen werden later geïdentificeerd als SNP: DF27>Z195. Het zijn:

  • CTS4065+ VK329 uit Ribe, Denemarken 9-11e eeuw na Christus,
  • Z262+ VK87 uit Hesselbjerg, Denemarken, 850-900 na Christus,
  • Z262+SRY2627+Z206+Z29719 – VK403 uit Varnhem, Zweden, 10-12e eeuw na Christus en
  • SRY2627+ VK166 uit Oxford, VK, 880-1000 na Christus ).

De DF27>Z195-samples hebben Deens-achtige autosomale voorouders, evenals UK-achtige en Zuid-Europese (Noord-Italiaanse samples) elementen. ‘DF27’s zien er allemaal uit als gemengde, 3-piek Denen (en misschien lijken Angelsaksen op elkaar??); bijv. Atlantic+Dane+Italiaans allemaal in aanzienlijke hoeveelheid. Ze zijn te vinden in Denemarken en de massagraven van Oxford.

De DF27 Vikingen lijken gemengde autosomale voorouders te hebben, misschien afkomstig van een bevolking die zich bezighield met handel, vechten en zich vermengen rond de zeeroutes van het Noordzeebekken sinds de aankomst van het Bell Beaker-volk in het Neolithicum/Vroege Bronstijd. Haplogroepfrequenties uit de Vikingtijd lijken erg op die van vandaag. Over het algemeen is er bijna net zoveel van haplogroep R1b als van haplogroep I1 (84 van R1b en 92 van I1) in deze studie en is er iets meer R1b-P312 (35) dan R1b-U106 (29). Link: https://sites.google.com/site/rox2cluster/ancient-df27/medieval-df27?authuser=0

Bovengenoemde Vikinggraven dragen overeenkomstige SNP’s met Brussee tot aan SNP Z206 (ouderdom circa 800 v.Chr.) Mijn interpretatie is dat deze graven toebehoren aan Normandiërs uit de tijd dat de Vikingen zich vestigden aan de westkust van Frankrijk en Normandië werd. De eerste Vikingen uit Scandinavië in West-Frankrijk huwden hun dochters graag uit aan Franse mannen uit de adelstand, om zo meer invloed te verkrijgen. Daardoor gebeurde het ook dat de volgende generatie mannen Frans Y-DNA kregen van haplogroep R1b-DF27 en SRY2627.

De jongste SNP R-BY36344 is (nog) niet gevonden in de Vikinggraven. Daarmee is er geen volledige SNP match op het Y-DNA van Brussee. Zodoende is er ook geen voorvaderlijke Brussee lijn met deze Vikingraven vast te stellen. Ook in het Y-dna Normandië project van F.T.DNA is tot op heden geen goede SNP match gevonden.

Dit hoofdstuk is samengesteld en gedeeltelijk geschreven door Lisanne Imholz-Komijn – 2022