Y-DNA Brussee

Het testen van Y-dna voor genealogische doeleinden wordt genoemd “Genetische Genealogie (GG)”. Het is een manier van voortzetting van de gewone genealogie met andere middelen. Wanneer het stamboomonderzoek in archieven stokt en in tijdschriften en boeken niets meer vermeld staat is het tegenwoordig mogelijk met genetisch onderzoek verder te komen.

In 2017 heeft Nic als eerste Brussee een Y-dna test gedaan bij Family Tree DNA in de Verenigde Staten om bovenstaande reden. Inmiddels hebben nog een aantal andere Brussee’s een Y-dna test gedaan bij Family Tree DNA. De testers behoren tot verschillende vooroudertakken van Brussee. De Y-dna resultaten bevestigen dat ze allen dezelfde Y-dna kenmerken hebben in de vaderlijke lijn. Daarmee is vast komen te staan dat hun jongste gezamenlijke voorvader is “Jacob Samuelszn Brussee circa 1642-1710”. Wat betekent dat deze voorvader ook dezelfdfe Y-dna kenmerken moet hebben gehad. Met dit fantastische nieuws kunnen we verder Y-dna onderzoek doen naar de herkomst van de Nederlandse stamvader “Samuel Jacobsen” geboren rond 1610.

Wat is Y-dna ?

Er is één chromosoom dat onveranderd wordt overgeërfd van vader op zoon. Deze bevat het Y-dna dat juist wel kan muteren. Die mutaties maken het mogelijk verwantschappen te ontdekken. In iedere generatie treedt er in een van de genen wel een verandering op. In de genetische genealogie gebruiken we twee soorten mutaties die op het Y-chomosoom kunnen plaatsvinden:
A. In de Y-dna markers zijn er STR mutaties, waarbij het aantal herhalingen verandert.
B. Elders in het Y-dna zijn er grote SNP mutaties waar nucleotiden van plaats ruilen.

Iedere verandering die plaats vindt wordt daarna van vader op zijn zonen doorgegeven.

We kunnen het Y-DNA in honderden segmenten indelen en van ieder segment de herhalingswaarde bepalen. We noemen dat de DYS-waarde, ook wel STR. Deze waarde varieert tussen 8 en 50. Eens in de gemiddeld 100 generaties verandert zo’n waarde een eenheid. Wanneer je honderd plaatsen test is er dus in iedere generatie gemiddeld één mutatie in een segment. Bij 50 geteste plaatsen wordt dat dan een kans op iedere tweede generatie. Sommige STR-waarde muteren vaker dan anderen.

De verzameling STR-waarden van een persoon noem je zijn haplotype. Wanneer je nu van twee of meer personen hun haplotype hebt, hoef je de uitslagen maar naast elkaar te leggen om de verwantschap te berekenen. Deze verwantschapsberekening van het Brussee Y-dna doet Family Tree DNA. Alle Y-dna geteste personen met hetzelfde haplotype kunnen worden ingedeeld in haplogroepen.

Op een chromosoom kan ook een basiselement (nucleobase) veranderen. Dat is een SNP (single-nucleotide polymorphism) . Deze muteren wel honderd keer minder vaak dan STR’s doen. Gemiddeld iedere 144 jaar of ongeveer 5 generaties ontstaat er een kleine mutatie in het Y-chromosoom. Iedere SNP die ontdekt wordt, krijgt van het laboratorium waar de vondst is gedaan een code toegewezen. Met de reeks aan SNP’s kunnen verre verwantschappen in de mannelijke lijn tot duizenden jaren in het verleden worden bepaald en kan de voorvaderlijke migratieroute in kaart worden gebracht. Bron: https://www.marres.nl/wat_is_genetische_genealogie.htm

Bron: Y-DNA | What is Y-DNA? | AncestryDNA® Learning Hub

De Brussee haplogroep en de bijbehorende reeks van SNP’s

Mannen behoren tot dezelfde haplogroep en SNP’s als ze dezelfde kenmerkende mutaties hebben. De haplogroep waartoe de familie Brussee behoort is R1b. In afbeelding 1 is te zien wanneer deze haplogroep is ontstaan. Ook staan de eerste belangrijke SNP’s van de migratielijn vermeld: M269, L23 en P312.

Afbeelding 1

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is haplogroups-timeline.png

Afbeelding 2 – Migratieroute van haplogroep R1b aan de hand van de SNP groepen

De voorvaderlijke lijn van R1b is terug te voeren op de steppeherders. Een ruitervolk die rond 4000 v.Chr. vanaf de Pontisch-Kaspische steppe naar West Europa trok. Samen met haplogroep R1a luidden ze een nieuw tijdperk in, de Bronstijd. Ze introduceerden o.a. metaalbewerking, het wiel, veeteelt en paarden met wagens.

Volg op onderstaande kaart, afbeelding 2, de voorvaderlijke migratielijn van Brussee via de vermelde SNP groepen: M269 – L23 – L51 – P312 – DF27. Meer informatie is te vinden in de bron: www.eupedia.com

Afbeelding 3 – Family Tree DNA SNP certificaat

Afbeelding 4 Genetische stamboom vanaf SNP DF27


SNP DF27 ontstond na het begin van de Europese Bronstijd en komt vooral voor in de bevolking van de Pyreneeën. De regio’s waar het voornamelijk is aangetroffen zijn  BaskenlandNavarraAsturiëGaliciëPortugalAragonCatalonië, Pyrénées-Atlantiques en enige aanwezigheid in Groot-Brittannië en  Ierland. Hoewel het in kleinere hoeveelheden is aangetroffen tot in Duitsland en Polen.

De SNP kan gelinkt worden aan de klokbekercultuur (Bell Beackerculture). Specifieke subgroepen van DF27 zijn geassocieerd met specifieke groepen mensen, bijvoorbeeld SNP M167/ SRY2627 is geassocieerd met de Catalanen in het noord-oosten van het Iberisch schiereiland. Bron: Wikepedia – R-DF27

De genoemde culturen bestonden echter uit mannen met verschillende haplogroepen.

De Brussee SNP-migratielijn is in onderstaande genetische stamboom te volgen via de lichtblauwe stippen.

Afbeelding 5 – SNP M167 / SRY2627

Deze SNP is ontstaan bij de verre nazaten van DF27 in de periode 1500 en 1000 v.Chr. op het Iberisch schiereiland. Naar deze SNP is veel onderzoek gedaan, waardoor het percentage van aanwezigheid in kaart is gebracht. Dit is te zien op onderstaande afbeelding. Het hoogste percentage is gevonden in de Pyreneeën in het bergdorp “Valle de Arán”.

Bron: Wikipedia – Haplogroup M167

Afbeelding 6 – Expansie van SNP “M167/SRY2627”

Hoogste percentage is de kleur rood.

Bron: Indo-European.com

Afbeelding 7

Haplogroep R1b-M167/SRY2627 kan gelinkt worden aan Kelten die zich uitbreidden met de Urnenveldencultuur.

Meer info via de link: Haplogroup R1b-M167/SRY2627 linked to Celts expanding with the Urnfield culture | Indo-European.eu

Veel van de late bronstijdculturen van Europa circa 1200-750 v.Chr. worden hier getoond. De primaire focus ligt op de urnenveldencultuur en zijn regionale uitlopers, en de twee belangrijkste niet-mediterrane bronstijdsystemen. Het was uit de Urnenveldencultuur dat de daaropvolgende Hallstatt-cultuur van de Kelten voortkwam.

Bron: www.historyfiles.co.uk

Afbeelding 8 – Keltische expansie van 800 v.Chr. t/m 250 v.Chr.

Bron: The ancient Celts: More Europe-wide than you would think · TheJournal.ie

Afbeelding 9 – Expansie van M167/SRY2627 naar het noorden via de Hallstatt en La Tène culturen

De Hallstatt-cultuur was de overheersende West- en Midden-Europese cultuur uit de late bronstijd, die zich ontwikkelde uit de Urnfield-cultuur. En in een groot deel van zijn gebied werd gevolgd door de La Tène-cultuur. Het wordt vaak geassocieerd met Proto-Keltische populaties.

Tegen de 6e eeuw v.Chr. was het uitgebreid tot brede gebieden, die in twee zones vielen, oost en west, tussen hen die een groot deel van West- en Midden-Europa tot aan de Alpen bestreken , en zich uitstrekten tot in Noord-Italië. Delen van Groot-Brittannië en Iberia zijn opgenomen in de ultieme uitbreiding van de cultuur.

Bron: Wikipedia – Hallstatt culture

De cultuur was gebaseerd op landbouw, maar de metaalbewerking was aanzienlijk vooruitgegaan en tegen het einde van de periode was de langeafstandshandel binnen het gebied en met mediterrane culturen economisch significant. Sociale onderscheidingen werden steeds belangrijker, met opkomende eliteklassen van leiders en krijgers. Bron: Wikipedia.org – Hallstatt Culture

Het handelsnetwerk op langeafstand ontstond vanaf de 6e eeuw v.Chr. doordat er Griekse stadskolonies gesticht werden aan de Gallische en Iberische Middellandse zeekust. Bij de Griekse kolonie Agde lag de monding van de rivier Aude, die leidde naar de Garonne en Gironde die de route verbond tussen de Atlantische kust en de Middellandse Zee. Van ca. 540 tot 450 v. Chr. was er een intensieve periode van uitwisseling van handel tussen de grote Griekse kolonie Massilia (Marseille) en de elites van West Hallstatt (in Centraal Europa van Bourgondië, via Zwitserland tot Zuid-Duitsland) via de rivieren de Rhone en de Saone. Bron: Wikipedia.org – Massilia

Proto Keltische strijders van de Urnenveld- / Hallstattcultuur

Bron: Early Celtic Cultures – The Celts In Europe: (weebly.com)

CATALONIË, land van leiders in de strijd (Warlords)

De Keltische naam cato-vell-aunos is afgeleid van het Brythonisch catu – wellauni wat “strijdhoofden” of “strijdleiders” betekende. Dit komt uiteindelijk van het Proto-Keltisch “catu”, strijd, en “wali”, leiden.
De wortel uellauno- komt terug in veel andere Keltische namen en de Catuvellauni, de Zuidoost-Britse stam, waarvan de naam ook verwant lijkt met de Catalauni en Catalaunia (Catalonië). Bron: Wikipedia.org – Catalauni

Oud Y-dna R1b-DF27 en SRY2627 gevonden in Vinkinggraven

Details over Y-dna uit het Vikingtijdperk (ca. 750-1066 AD) werden in juli 2019 gepubliceerd in een online artikel – Population genomics of the Viking world, Ashot Margaryan et al.. Vier begrafenissen werden later geïdentificeerd als DF27>Z195. Het zijn CTS4065+ VK329 uit Ribe, Denemarken 9-11e eeuw na Christus, Z262+ VK87 uit Hesselbjerg, Denemarken, 850-900 na Christus, Z262+ VK403 uit Varnhem, Zweden, 10-12e eeuw na Christus en SRY2627+ VK166 uit Oxford, VK, 880-1000 na Christus ).

De DF27>Z195-samples hebben Deens-achtige autosomale voorouders, evenals UK-achtige en Zuid-Europese (Noord-Italiaanse samples) elementen. ‘DF27’s zien er allemaal uit als gemengde, 3-piek Denen (en misschien lijken Angelsaksen op elkaar??); bijv. Atlantic+Dane+Italiaans allemaal in aanzienlijke hoeveelheid. Ze zijn te vinden in Deenachtig (maar ook kosmopolitisch) Oland, Denemarken en de massagraven van Oxford.

De DF27 Vikingen lijken een gemengde autosomale voorouders te hebben, misschien afkomstig van een bevolking die zich bezighield met handel, vechten en zich vermengen rond de zeeroutes van het Noordzeebekken sinds de aankomst van het Bell Beaker-volk in het Neolithicum/Vroege Bronstijd. Haplogroepfrequenties uit de Vikingtijd lijken erg op die van vandaag. Over het algemeen is er bijna net zoveel van haplogroep R1b als van haplogroep I1 (84 van R1b en 92 van I1) in deze studie en is er iets meer R1b-P312 (35) dan R1b-U106 (29).

Link: https://sites.google.com/site/rox2cluster/ancient-df27/medieval-df27?authuser=0

Afbeelding 10 – Genetische SNP stamboom vanaf SNP R-SRY2627

De donkerblauwe velden vermelden de SNP’s met achter iedere SNP een getal dat, het aantal daaruit voort gekomen SNP’s aangeeft die tot heden zijn ontdekt. De grijze lijnen laten de vertakking zien. De opvolgende SNP’s zijn: Z200, Z202, Z205 en Z206. De laatste SNP Z206 is ontstaan rond 800 v.Chr. Van deze SNP zijn tot heden 5 jongere SNP’s ontdekt. Daarvan is Z208 de grootste familiegroep met 128 jongere SNP’s. Het Y-dna Brussee behoort tot de kleinste familiegroep met SNP “BY36344”, ontstaan rond 300 v.Chr. in de omgeving van de Pyreneeën.

Bron: Family Tree DNA

 SNP “R-BY36344” matches

De gezamenlijke voorvader leefde rond 300 v.Chr. Daarom dragen deze matches verschillende achternamen. Er zijn 7 familienamen die een Big-Y test hebben gedaan en waardoor bekend is dat ze net als Brussee behoren tot SNP “BY36344”. Dit zijn:

  • TREMBLAY, TRAMBLAY, TROMBLEE, afkomstig uit Frankrijk. Zij stammen af van “BERNARD DE TRAMELAY circa 1100-1153” GROOTMEESTER VAN DE TEMPELIERS van 1149-1153. Geboren op kasteel “de Dramelay”, Franche Comté. Deze voorvader stamde af van Bourgondische graven.
  • SUARTON, oudste voorvader “JEAN SUARTON”, 1482 Montheron, Zwitserland (nabij de plaats Lausanne).
  • NADAL-CAMALLONGA, Catalonië, Spanje.
  • BENGTSSON, 1630 afkomstig uit Skorje, Blekinge Lan, zuid-Zweden.
  • GRAHAM, 1706 afkomstig uit Ierland
  • MIDDLEMISS, de Angel-Saksische naam komt van de plaatsnaam Middlemass, een district bij Kelso in het zuidelijke grensgebied van Schotland. 1406, Wilyeam Myddilmast, kapelaan. De abdij van Kelso is in de 12e eeuw door koning David I geschonken aan Franse religieuzen van de orde van Tiron.
  • JONES, Verenigde Staten, de Europese herkomst is onbekend.

Bron: Family Tree DNA, projecten: “SRY2627 and subclades”, “Brewer”, “Trimble” en “Thomas/Swarton/Suarton”.

De 37 STR-marker matches van vier Y-dna geteste Brussee’s

Zoals aan het begin van dit hoofdstuk staat vermeld zijn er naast SNP mutaties ook STR mutaties. Hoe meer van deze mutaties er zijn tussen personen met dezelfde familienaam hoe verder terug in de tijd de verwantschap in mannelijke lijn ligt. De ééne STR-marker muteert sneller dan de andere.

Afbeelding 11 – overzicht STR-marker matches Brussee

Onderstaand zijn de eerste 37 STR-markers te zien van iedere geteste Brussee. Te zien is dat er niet meer dan 1 STR-mutatie is per geteste Brussee op de eerste 37 STR-markers. Omdat de overige STR-markers exact met elkaar overeenkomen, zijn ze allen drager van dezelfde Y-dna kenmerken. En behoren daarmee automatisch allemaal tot dezelfde SNP familiegroep “R-BY36344”.