17e eeuwse bronnen Brussee te Rijnsburg

De oudst bekende voorvader werd genoemd SAMUEL JACOBSEN. Deze naam staat in de huwelijksinschrijving van 1639 te Rijnsburg zonder vermelding van achternaam, geboorteplaats of plaats van herkomst. Waar kwam hij vandaan? Had hij eigenlijk wel een achternaam? Een Rijnsburgse familieoverlevering zegt, dat hij of zijn ouders als hugenoten gevlucht zouden zijn uit de Franse bergstreek de Cevennen. Maar hoe en waarom is hij terecht gekomen in het Hollandse dorp Rijnsburg? Hugenoten zijn aanhangers van het Calvinisme, De Franse vorm van het protestantisme. De grote stroom van deze Franse vluchtelingen kwam pas rond 1680 richting de Nederlanden, nadat het Edict van Nantes werd introkken door de Franse koning Lodewijk de XIV. De Vlamingen waren weer veel eerder naar Holland gevlucht vanaf circa 1585. Die mogelijkheid is ook uitgebreid onderzocht. Maar dat heeft niets concreets opgeleverd.

Nic Brussee is ervan overtuigd dat de naam Brussee of variant ervan er al was, voordat het in de Rijnsburgse archieven verscheen in 1678. De 17e eeuwse kerkregisters van Rijnsburg zijn helaas verre van compleet. Toch heb ik in de paar overige archieven en het archief van Leiden, tot nu toe nog onbekende interessante vondsten gedaan. Deze beschrijf ik in dit hoofstuk met de reeds bekende archiefstukken.

Het oudste archiefstuk te Rijnsburg van SAMUEL JACOBSEN, de huwelijksinschrijving van 1639

Samuel huwde als jonggezel voor de hervormde kerk van Rijnsburg op d.d. 25 december 1639 met Heijndrictie Cornelis, jongedochter, beiden wonende te Rijnsburg. Echter staan ze vermeld zonder vermelding van achternaam en geboorteplaats. Opvallend is dat bij de andere Rijnsburgse huwelijken meestal wel de geboorteplaats vermeld staat.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is huwelijk-1639-Samuel-Jacobsen2-1024x247.png
Originele vermelding uit het gereformeerd trouwboek van Rijnsburg.

Hoofdgeldregister Rijnsburg van 1623

In dit register van voor 1639 staan alle inwoners van dat jaar te Rijnsburg vermeld. Aannemelijk is dat Samuel Jacobsen toen al geboren was. Echter staat zijn naam of van zijn ouders niet in dit register vermeld. Daaruit is te concluderen dat Samuel niet te Rijnsburg is geboren.

Wel staat zijn echtgenote Heijndrickje Cornelisdr. hierin vermeld als dochter van Cornelis Jacobsz van den Bergh en Heijckgen Jacobsdr. Het beroep van haar vader is een belangrijke aanwijzing in ons onderzoek. Vermeld staat dat hij beurtschipper was tussen Rijnsburg en Leiden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-1024x31.png
Vermelding Henrickgen vande Berch als kind in het Rijnsburgs hoofdgeldregister van 1623.

Doopregister Rijnsburg en Leiden

De kinderen van Samuel Jacobsen en Heijndrickje zijn; Jacob, Marijtje, Huijgje en Cornelis. Van hen zijn geen doopgegevens bekend. Wel staan ze vermeld als ouders of doopgetuigen in het doopregister van Rijnsburg vanaf 1675 met het patroniem “Samuels” en de achternamen; Brusee, Brussé of Brussee.

De oudste bekende doop is van Samuel, zoon van Jacob Samuelsz en Elizabeth Pieters, zonder vermelding van een achternaam. De doop is van d.d. 4 juni 1673 te Leiden en de getuigen waren Cornelis en Huijgje Samuels.

Van dezelfde ouders is de eerste doop te Rijnsburg met vermelding van de naam BRUSEE van d.d. 13 maart 1678 voor hun zoon Daniel. De letter “S” in de achternaam werd geschreven met een Gotische lange “S”. Deze letter lijkt op een “f” en was gebruikelijk in die tijd. Zie hieronder afbeeldingen van de dopen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Doop-1673-Samuel-Jacobsz-1024x85.png
Oudst bekende doop in 1673 te Leiden
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Doop-1678-Daniel-Brusee-2-1024x95.png
Eerste vermelding Brusée in 1678, Jacob Samuelsz Brúsée en Lijsbet Pieters (getuige) Maartje Pieters (kind) Daniel

Achternamen en bijnamen

Achternamen waren in de eerste helft van de 17e eeuw nog niet zo gebruikelijk in Holland. Gewone burgers droegen nog geen achternaam maar een synoniem van de voornaam van de vader. Ook werden in de dorpen vaak bijnamen gebruikt. Alleen de adel, Vlamingen en Fransen droegen een achternaam.

Jacob Samuelsz huwde in 1666 met vermelding van de naam van der Hoeck te Valkenburg (onder Rijnsburg) met Elizabeth Pieters Roseeuw. Omdat er geen aansluiting is gevonden op een familie van der Hoe(c)k is het aanneemlijk dat dit een bijnaam is geweest.

Transcriptie: Jacob Samúelsz van der Hoeck, jonggezel van Reijnsburg, en Lijsbeth Pieters Rosjen? jongedochter van Oestgeest, zijn na toninge van haar attestatie van Reijnsburg, alhier in de Echte staat verenigt, de in october 8e 1666.

Naast de bijnaam “van der Hoeck” is er nog een andere bijnaam gevonden, die veel interessanter is, van Jacob Samuelsz. Deze bijnaam heb ik aan hem kunnen linken door de volgende twee notariële aktes waarin hij vermeld staat.

Twee notariële aktes in het archief van Leiden van Jacob Samuelsz Brussée/Bressee/Brocie

De notariële akte nr. 2 van d.d. 8 januari 1684 vermeld; Jacob Samuelsz Brússée of Bressée samen met Jan Toniszn Boucque huren voor 10 jaar 9 hond (circa 1 hectare) teelland te Rijnsburg voor Fl. 62,= per jaar. Beiden wonende te Rijnsburg. De akte wordt ondertekent met het merk van Jacob Samuelsz Bressée. Een merk plaatsen betekent dat de persoon de kunst van het schrijven niet machtig was. Deze akte is een bevestiging dat Jacob Samuelsz Brussee in 1684 te Rijnsburg woonde.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1684-merk-van-Jacob-Samuelsz-Brussee-1024x228.png
Originele akte uit 1684 – ’t merck gezet bij Jacob Samúelsz Bressée

De notariële akte van d.d. 24 juni 1695 vermeld; Jacob Samuelsz Brocie of Brucie (latijnse vorm van achternaam) van beroep “VLASSER” en Lysbeth Pietersdr Rocceus (latijnse vorm van achternaam) die voogdij regelen voor hun jongste kinderen. Zoon Pieter wordt als voogd over de andere kinderen aangewezen (oudste zoon) als beiden ouders komen te overlijden voor de kinderen volwassen zullen zijn. Het echtpaar wonende te Rijnsburg aan de LANGE VAERT. Deze bevestiging van de straatnaam is van belang voor de link naar de andere bijnaam.

Transcriptie: de eersame Jacob Samuelsz Brocie, vlasser en de eerbare Lysbeth Pietersdr Rocceus, egtemans vrouw, wonende binnen de dorpe van Reynsburgh, opde Lange vaert, mij notaris bekent.
Transcriptie: t merck gezet bij Jacob Samuels Brocie

Rijnsburgs archiefstuk “De Gaarlijst van de Asman” uit 1686

Dit archiefstuk vermeld alle Rijnsburgse hoofdbewoners per straatnaam met het bedrag dat betaald moest worden aan de Asman. Volgens bovenstaande notariële aktes moet Jacob Samuelsz Brussee met zijn gezin in 1686 te Rijnsburg hebben gewoond. Het vreemde aan dit archiefstuk is, dat de naam Brus(s)e(e) of variant hier niet op voorkomt.

Wel vermeld dit archiefstuk als wonende op de Langevaert ééne: JACOB KRIJSMAN. Te zien in de onderstaande afbeelding waarop ook zijn compagnon “Jan Theunissen Boucque” op de Langevaert vermeld staat.

Rijnsburg archiefstuk Monsterrol van de Weerbare Mannen van 1652-1653

In dit archiefstuk staat ook een vemelding van de naam Krijsman, maar dan anders geschreven. In onderstaande afbeelding is een stukje van de monsterrol te zien met daarop vermeld de naam SAMUEL CRIJCHSMAN. Er zijn verder geen andere personen in de Rijnsburgse archieven gevonden met de naam Krijsman of Crijchsman.

Daarom is met deze vondst vast te stellen dat het hier gaat om Samuel Jacobsen die huwde in 1639 te Rijnsburg en de vader moet zijn van Jacob Krijsman. Deze zoon woonde in 1686 aan de Langevaart. Hij staat als eerste in 1678 vermeld als “Jacob Samuelsz Brusee”.

Er is geen aansluiting gevonden op een familie met de achternaam “C/Krij(g)sman”. Aannemelijk is dat ook deze naam een bijnaam was. Samuel Jacobsen bezat volgens het archiefstuk van 1652/53 zelf geen wapen. Daaruit is op te maken dat hij zelf geen militair was. Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat het een verwijzing moet zijn naar zijn vader die een remonstrants krijgsman moet zijn geweest.

Om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe Samuel Jacobsen Crijchsman (Brussee) in Rijnsburg terecht is gekomen, is het van belang eerst te weten wat zich in de Nederlanden en Rijnsburg heeft afgespeeld in zijn jonge jaren. Daarvoor verwijs ik naar het hoofdstukken “de Synode van Dordrecht 1618-1619” en “Cultuur en geloof te Rijnsburg”.