2.1 Rijnsburg-17/18e eeuwse bronnen Brussee

Nieuwe update september 2026: nieuwe vondst van koopakte uit 1662 van een Samuel Jacobsen.

Dit hoofdstuk is sinds oktober 2026 ingedeeld in chronologische volgorde van de jaren 1623 t/m 1707.

De oudst bekende voorvader werd genoemd SAMUEL JACOBSEN. Deze naam staat in de huwelijksinschrijving van 1639 te Rijnsburg zonder vermelding van achternaam, geboorteplaats of plaats van herkomst.

Een Rijnsburgse familieoverlevering zegt, dat hij of zijn ouders als hugenoten gevlucht zouden zijn uit de Franse bergstreek de Cevennen. Maar hoe en waarom is hij terecht gekomen in het Hollandse dorp Rijnsburg? Hugenoten zijn aanhangers van het calvinisme, dat is de Franse vorm van het protestantisme. De grote stroom van deze Franse vluchtelingen kwam pas rond 1680 richting de Nederlanden, nadat het Edict van Nantes werd ingetrokken door de Franse koning Lodewijk de XIV. De Vlamingen waren weer veel eerder naar Holland gevlucht vanaf circa 1585. Eerder had die herkomst niets opgeleverd. Maar met de nieuwe vondst uit 1662 is het zeker mogelijk dat de vader of grootvader van Samuel afkomstig was uit (Frans) Vlaanderen. Meer informatie hierover zal nog volgen.

Nic Brussee is ervan overtuigd dat de naam Brussee of variant daarvan er al was, voordat het in de Rijnsburgse archieven verscheen in 1678. De 17e eeuwse kerkregisters van Rijnsburg zijn helaas verre van compleet. Toch heb ik in die archieven en het archief van Leiden, nog onbekende interessante vondsten gedaan.

1623 – Hoofdgeldregister Rijnsburg

Dit is het oudste 17e eeuwse register van Rijnsburg, waarin alle inwoners met hun kinderen staan vermeld. Aannemelijk is dat Samuel Jacobsen in 1623 al geboren was. Echter staat zijn naam of van zijn ouders niet in dit register vermeld. Daaruit is te concluderen dat Samuel niet te Rijnsburg is geboren.

Correctie van september 2026: het is niet helemaal uit te sluiten dat Samuel niet in Rijnsburg is geboren. Meer informatie hierover zal gaan volgen.

Samuels echtgenote Heijndrickje Cornelisdr. staat wel vermeld in het hoofdgeldregister als dochter van Cornelis Jacobsz van den Bergh en Heijckgen Jacobsdr. Vermeld staat dat hij schipper was op Leiden, zie afbeelding 1. Het beroep van haar vader is een belangrijke aanwijzing in ons onderzoek naar de vader van Samuel Jacobsen. Meer info staat beschreven in hoofdstuk 2.7.

Afbeelding 1. Bron: Het kohier van het hoofdgeldregister anno 1623 – Transcriptie door J.B. Glasbergen.

1639 – Oudste archiefstuk m.v.v. Samuel Jacobsen

Het gaat hier om het huwelijk van Samuel, zie afbeelding 2. Hij huwde als jonggezel voor de hervormde kerk van Rijnsburg op d.d. 25 december 1639 met Heijndrictie Cornelis, jongedochter, beiden wonende te Rijnsburg. Echter staan ze vermeld zonder vermelding van achternaam en de vermelding “van Rijnsburg”. Bij andere echtparen staan die gegevens er vaak wel bij vermeld. En van personen die van elders kwamen, staat vaak de herkomstplaats wel vermeld, met daarbij soms nog de vermelding “wonende te Rijnsburg”.

Aanvulling van september 2026:

Dat zijn plaats van herkomst niet vermeld staat kan erop wijzen dat hij geen doopakte kon overleggen of ander bewijs van herkomst had. Een mogelijke verklaring is, dat één van beiden of beiden doopsgezind waren en daarom niet gedoopt waren. Einde aanvulling.

Onder Joodse personen kwam de naam Samuel Jacobsen ook voor. Maar zeker ook onder protestanten in die tijd. Protestanten gaven vaak hun kinderen net als de Joden namen uit het oude testament en liever niet uit het nieuwe testament, omdat katholieken de namen van hun kinderen haalden uit het nieuwe testament.

Het testen van het autosomale dna levert o.a. alle etniciteiten van de voorouders op. Er is geen Joodse etniciteit gevonden in het autosomale dna van Brussee. De oudst bekende voorvader Samuel zal daarom niet Joods zijn geweest.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is huwelijk-1639-Samuel-Jacobsen2-1024x247.png
Afbeelding 2 . Originele inschrijving uit het gereformeerd trouwboek van Rijnsburg. Bron: Erfgoedleiden.nl

Achternamen en bijnamen

Achternamen waren in de eerste helft van de 17e eeuw nog niet zo gebruikelijk bij de Hollanders. Gewone Hollandse burgers droegen nog geen achternaam maar een patroniem (voornaam van de vader). Ook het gebruik van bijnamen was in de Hollandse dorpen gebruikelijk. Achternamen waren in de eerste helft van de 17e eeuw alleen gebruikelijk bij de adel, Vlamingen en Fransen.

update van september 2026

Rijnsburg was een tolerant dorp en stond open voor anders denkende. Ten tijde van de reformatie en de vervolging van de remonstranten vanaf 1619 zochten vele (Vlaamse) protestanten en remonstranten een veilige verblijfsplaats te Rijnsburg. Door hun vervolging gebruikten ze ook wel een schuilnaam in plaats van hun achternaam.

Uit ons onderzoek blijkt dat ook Samuel Jacobsen bij- of schuilnaam droeg. Zie volgende archiefstuk.
Vanaf afbeelding 7 volgt de uitleg hoe Samuel Crijchsman gelinkt wordt aan zijn zoon Jacob Samuelsz die vanaf 1678 pas vermeld staat met de vaste achternaam Brus(s)ee.

1652-1653 Weerbare mannenlijst Rijnsburg

In afbeelding 3 is een stukje van de monsterrol afgebeeld, met daarop vermeld de naam SAMUEL CRIJCHSMAN. Er zijn verder geen andere personen in de Rijnsburgse archieven gevonden met deze naam. Ook is er geen aansluiting gevonden op een familie Krijgsman/Crij(g)sman of andere variant met deze naam buiten Rijnsburg. Met de nieuw gevonden koopakte uit 1662 wordt duidelijk dat de naam Crijchsman een bijnaam moet zijn geweest.

Afbeelding: 3 – Bron: Hogenda.nl/archief Rijnsburg

Twee achternamen die na Samuel Crijchsman vermeld staan op deze lijst vallen op. Het zijn; de Vos en van Wetteren. De vermelde Lambert van Wetteren is de oom van Geertje Fransdr van Wetteren. Zij huwde met Cornelis Samuelsz Brussee, de kleinzoon van de hier genoemde Samuel Crijchsman.

Ook is een vriendschapsband geconstateerd vanaf zeker het jaar 1681 met de familie de Vos. Op d.d. 23-3-1681 was Haasje Roskam doopgetuige van Jacob Rijckensz Draaijer, zoon van Rijck Draaijer en Marijtje Samuelsdr Brussee. Deze Haasje Roskam is de echtgenote van IJsbrand Cornelisz de Vos. Jaren later werd de vriendschapsband bezegd met een huwelijk. In 1704 huwde de kleinzoon van Samuel met de naam Jan Jacobsz Brussee met Hester IJsbrandsdr. de Vos. Daarbij wil ik opmerken dat zowel familie van Wetteren als familie de Vos van oorsprong afkomstig waren uit Vlaanderen. Einde aanvulling sept. 2026.

De kinderen van Samuel Jacobsen en Heijndrickje van den Bergh

Het oudste doopregister van Rijnsburg is niet ouder dan 1675. Daarvoor werden de dopen in dit dorp nog niet opgeschreven. Daardoor zijn alleen de volwassen en getrouwde kinderen van Samuel Jacobsen en Heijndrickje bekend. Dit zijn; Jacob, Marijtje, Huijgje en Cornelis. Ze staan in het doopregister vermeld als ouders of doopgetuigen met het patroniem “Samuels”. Pas vanaf 1678 staan ze vermeld met de achternamen; Brusee, Brussé of Brussee.

Update september 2026

1662 – Nieuwe vondst akte m.v.v. Samuel Jacobsen

Het Rijnsburgse rechterlijk archief (ORA) is in 2025 gedigitaliseerd en nu online doorzoekbaar op naam via familysearch.org. Deze tip kreeg ik van Ger Matthee, waarmee Brussee een Y-dna SNP match heeft op “R-Z206”, zie hoofdstuk 2.3 – Oud Y-DNA vondst van R-Z206 te Sint Truiden, België. Het rechterlijk archief heeft een geweldige vondst aan het licht gebracht! De vondst is een koopakte uit het jaar 1662, waarin een Samuel Jacobsen een huis met erf kocht aan DE LANGEVAART te Rijnsburg.

Echter in de akte staat de naam Samuel Jacobsen vermeld met de achternaam “VAN DER SNOUC”, zie onderstaande afbeelding nr.4.

Een koopakte is een officieel document waarin personen genoemd worden met hun officiële voor- en achternaam. Echter in de 17e eeuw was er niet altijd sprake van een vaste achternaam die doorgegeven werd via de vader. Deze nieuwe vondst roept direct de vraag op of deze Samuel Jacobsen dezelfde is, als de Samuel die in 1639 huwde met Heijndrickje van den Bergh. Bewijs daarvoor is helaas niet te halen uit deze akte van 1662. Het is de enige akte waarin de naam Samuel Jacobsen van der Snouc vermeld staat. Wel is er een aanwijzing gevonden in een andere Rijnsburgse rechterlijke akte, die het aannemelijk maakt dat de genoemde Samuel Jacobsen van der Snouc de voorvader is van de familie Brussee. Deze gevonden aanwijzing zal binnenkort worden toegevoegd.

De informatie in deze akte past in ieder geval goed bij de eerdere archiefvondsten van Samuel Jacobsen en zijn zoon Jacob Samuelsz Brussee. In 1662 zal Samuel rond de 50 jaar zijn geweest. Precies rond die leeftijd kocht zijn zoon Jacob Samuelsz Brussee in 1689 voor ongeveer een zelfde bedrag een huis met erf dat ook aan de Langevaart was gelegen.

Als het hier om dezelfde Samuel Jacobsen gaat, dan is de naam “van der Snouc(k)/Snoeck” een achternaam geweest. En dat zou betekenen, dat de naam Crijchsman/Krijsman een bijnaam was, die vermeld staat in minder officiële archiefstukken.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-1.png

Afbeelding 4. Bron: familysearch.org – Link: https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHK-Q3RY-98M9?view=fullText&keywords=Samuel&lang=nl

Transcriptie van de eerste pagina van de handgeschreven tekst van bovenstaande akte.

Eerste pagina:

Bruijn Joostensz Wassenaar en Jan Huijgensz …….schepenen der selver heerlijkheid, als getuigen ten dezen verkocht, in eigenen persoon gekomen en verschenen Jan Cornelisz Hogewoert wonende tot Noordwijk. De welke verklarende voor hem en zijn nakomelingen verkocht te hebben en de sulcx in volle eigendomme op te dragen en over te geven bij desen aan en ten behoeve van

SAMUEL JACOBSEN VAN DER SNOUC een huise en erve staande en gelegen aan de LANGEVAART. Gelegen in de voorschreven heerlijkheid belend en belegen hebben;

ten oosten: de Hereweg

Ten zuiden: Clara Hendricksdr, weduwe van dhr. Anthonisse Schou

Ten Westen: Anthoon op t’Hoff

Ten Noorden: Caerl de Vosch

Ende dat met de belastingen van tien gulden en twaelf penningen jaers erfpacht aan Heer Adrian van Coolwijk en aan Heer de Wael. Voorts vrij souden wezen van lasten en sulcx so.

Transcriptie van de tweede pagina van de handgeschreven tekst van bovenstaande akte.

Somme hondert gulden. Betaling in termijnen in jaers 1662, 1663 en 1664 telkens gelijks vijfentwintig gulden.  Datum: 9 juni 1662.

Opmerking: Onderaan is een gezet kruis in de zin te zien. Dit zal het merk zijn die Samuel gezet heeft op de koopakte. Ook valt de naam Caerl de Vosch op. Het gaat hier om Caerl Sachariasz de Vos(ch). Hij is een oom van IJsbrand Cornelisz de Vos. Deze was bevriend met Jacob Samuelsz Brussee. Ze staan samen vermeld in een akte uit 1696, zie afbeelding 13. In 1681 was Haasje Cornelisdr (Roskam), de echtgenoot van IJsbrand de Vos al doopgetuige van Jacob, zoon van Marijtje Samuelsdr Brussee en Rijck Jacobsz Draaijer.

1666 – Huwelijk Jacob Samuelsz en Elizabeth Pietersdr

Jacob Samuelsz is de oudste zoon van Samuel Jacobsen en Heijndrickje van den Bergh. Hij huwde op 8 oktober 1666 te Valkenburg (onder Rijnsburg), met vermelding van de naam van der Hoeck met Elizabeth Pieters Roseeuw, afbeelding 5. Omdat er geen aansluiting is gevonden op een familie van der Hoe(c)k is het aannemelijk dat dit een bijnaam is geweest. Ook is het mogelijk dat de naam foutief is opgeschreven en de naam “van der Snoeck” had moeten zijn.

Afbeelding 5 originele huwelijksinschrijving te Valkenburg Z-H.
Transcriptie: Jacob Samúelsz van der Hoeck, jonggezel van Reijnsburg, en Lijsbeth Pieters Rosjen? jongedochter van Oestgeest, zijn na toninge van haar attestatie van Reijnsburg, alhier in de E(chtelijke) staat verenigt, de in october 8e 1666. Bron: Genver.nl – Valkenburg Z.H. Trouwen / Familysearch.org: images Valkenburg Z-H – 1660-1816 Trouwen.

1678 – Oudste vermelding Brusee bij doop van zoon Daniel

De oudst gevonden doop is gevonden te Leiden van zoon Samuel. Hij werd gedoopt op d.d. 4 juni 1673. Deze doop bevat geen vermelding van een achternaam. De vader en de getuigen staan alleen vermeld met hun patroniem Samuels. De doop is van d.d. 4 juni 1673 te Leiden en de getuigen waren Cornelis en Huijgje Samuels. Zie afbeelding 6. Van hun zonen Pieter en Jan is geen doop bekend, omdat het doopboek (N.H.) van Rijnsburg niet ouder is dan 1675.

Waarom alleen Samuel in Leiden is gedoopt zal te maken hebben met het oorlogsjaar 1672. De dijken waren doorgestoken om de Franse militairen tegen te houden. De dorpen rondom Leiden stonden daardoor onder water. En dus verbleef het gezin tijdelijk in Leiden. Goed mogelijk dat ze in 1673, met de Franse vijand in de Nederlanden nog vers in het geheugen, de Franse achternaam nog maar even achterwegen hebben gelaten.

Met de nieuwe vondst van de naam “van der Snouc(k)”, kan de reden van geen vermelding van achternaam in 1673 ook te maken hebben met het voornemen een Franse vaste achternaam aan te nemen. De vertaling van de naam SNOEK naar het Frans is BROCHET. Fonetisch is dat BROSSEE. Deze variant kwam ook in de familie Brussee voor. Daarmee is de naam Snoe(c)k of Snou(c)k de nederlandse variant van de naam Brussee.

Afbeelding 6 – Oudst bekende doop in 1673 te Leiden zonder vermelding van achternaam. Bron: Erfgoedleiden.nl

De oudste vermelding van de naam BRUSEE staat vermeld in het Rijnsburgse doopboek op d.d. 13 maart 1678 van hun zoon DANIEL. De letter “S” in de achternaam werd geschreven met een Gotische lange “S”. Deze letter wordt tegenwoordig niet meer gebruikt. De letter lijkt op een “f” en soms op de letter “t”. De oudste vermelding van BRUSEE is wat moeilijk te lezen, zie afbeelding 7. Op de eerste regel staat “Brú” En op de tweede regel staat “sée” met een lange gotische “S”.

Afbeelding 7 – Eerste vermelding Brusée in 1678, Jacob Samuelsz Brúsée en Lijsbet Pieters (getuige) Maartje Pieters (kind) Daniel Bron: Erfgoedleiden.nl

1684 – notariële akte – Jacob Samuelsz Bressée

De akte is van d.d. 8 januari 1684 te Leiden met vermelding van; Jan Toniszn Boucque huurde samen met Jacob Samuelsz Bressee voor 10 jaar, 9 hond (circa 1 hectare) teelland te Rijnsburg voor Fl. 62,= per jaar. Beiden wonende te Rijnsburg. Jacob zijn beroep wordt vermeld als “vlasser”. De akte is ondertekent met het merk van Jacob Samuelsz Bressée., afbeelding 8.

Een merk plaatsen betekent dat de persoon de kunst van het schrijven niet machtig was. In die tijd heel gewoon voor iemand die in de landbouw werkzaam was als vlasser.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1684-merk-van-Jacob-Samuelsz-Brussee-1024x228.pngAfbeelding 8 – Originele akte uit 1684 – ’t merck gezet bij Jacob Samúelsz Bressée. Bron; Erfgoedleiden.nl

We zien dat er in het begin dat de familienaam geschreven werd er verschillende varianten gebruikt werden zoals; Brusee, Brussee, Bressee en Brossee. Meer informatie hierover volgt onder het kopje archiefbronnen uit 1695.

1686 – Gaarlijst van de Asman

Dit archiefstuk vermeld alle Rijnsburgse hoofdbewoners per straatnaam met het bedrag dat betaald moest worden aan de asman (vuilnisman). Volgens bovenstaande notariële akte uit 1695 en de koopakte uit 1689 woonde Jacob Samuelsz Brussee (Brocie) met zijn gezin aan de Langevaart te Rijnsburg. Hij kocht het huis uit de boedel van de overleden Floris Jansen van Egmondt. Zijn naam staat ook vermeld op de gaarlijst van de asman van 1686. Ook voor 1689 woonden de Brussee’s aan de Langevaart in een kleine woning op het erf van Jan Teunisz Boucqué.

Opvallend aan dit archiefstuk is, dat de naam Brus(s)e(e) niet voorkomt op de gaarlijst van de asman. Wel vermeld dit archiefstuk als wonende op de Langevaert ééne: JACOB KRIJSMAN. Te zien in de onderstaande afbeelding 9, waarop ook zijn compagnon “Jan Theunissen Boucque” op de Langevaert vermeld staat. Het te betalen bedrag is nihil. Dat geeft aan dat Jacob met zijn gezin in een kleine woning woonde.

Afbeelding 9 – Bron: Digitale bronbewerkingen Ned. – België – map: zuid-holland / Rijnsburg – archive.org – Transcriptie van J.B. Glasbergen

De naam JACOB KRIJSMAN in 1686 kan gelinkt worden aan de vermelding SAMUEL CRIJCHSMAN in 1652/53. Hiermee is vast te stellen dat Samuel Jacobsen huwde in 1639 te Rijnsburg en de vader is van Jacob Samuelsz Brussee (Krijsman).

Samuel Jacobsen bezat volgens het archiefstuk van 1652/53 zelf geen militair wapen. Daaruit is op te maken dat hij zelf geen militair in 1652/53 was. De hypothese is dat de bijnaam Crijchsman een verwijzing is naar zijn vader, die een protestants krijgsman kan zijn geweest. Maar het is ook mogelijk dat Samuel zelf eerder een militaire functie had gehad.

Dat maakt het aannemelijk dat Samuel Jacobsen niet zelf naar de Nederlanden is gekomen als hugenoot of Vlaams vluchteling. Maar zijn vader als buitenlands militair naar de Nederlanden kwam. Samuel zelf is vermoedelijk tussen 1610 en 1615 in Nederland geboren. Van die jaren zijn van veel plaatsen geen doopboeken.

Om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe Samuel Jacobsen Crijchsman (Brussee) in Rijnsburg terecht is gekomen, is het van belang eerst te weten wat zich in de Nederlanden en Rijnsburg heeft afgespeeld in zijn jonge jaren. Daarvoor verwijs ik naar de hoofdstukken 2.2: de Synode van Dordrecht 1618-1619″ en 2.3: “Cultuur en geloof te Rijnsburg”. In hoofdstuk 2.4 “Herkomst van de naam Brussee”, beschrijf ik onder anderen de meest voor de hand liggende reden, waarom Samuel Jacobsen niet vermeld staat in de bronnen met zijn familienaam.

Update 2026: met de nieuwe ontdekking dat Samuel Jacobsen in 1662 de naam droeg “van der Snouc”. Het is zeer goed mogelijk dat de naam Snouck/Snoeck rond 1678 vertaald is naar de Franse naam “Brochet”. En vervolgens fonetisch opgeschreven is als Brus(s)ee, Bressee en Brossee. Dat maakt de herkomst van de achternaam duidelijk. Maar de herkomstplaats van Samuel Jacobsen van der Snouc / Crijchsman blijft nog altijd in nevelen gehuld.

Update juli 2026 – van aktes uit het rechterlijk archief van Rijnsburg tussen 1689 en 1707

1689 – koopakte huis met erf door Jacob Samuelsz Brussee

Op d.d. 19 juli 1689 aankoop van huis met erf en tuin door Jacob Samuelsz Brusee aan de Langevaart voor het bedrag van Fl. 120,=. Volgens onderstaande transportakte in het rechterlijk archief van Rijnsburg, zie afbeelding 10.

Afbeelding: 10 – Bron: Familysearch.org – Rijnsburg-South Holland-Court records 1669-1689

Transcriptie van bovenstaande akte uit 1689:

Ik, Johannes de Vooght, waarnemend (gesubstitueerd) baljuw en schout van de Vrije Heerlijkheid Rijnsburg, maken bekend dat voor mij en voor Claas Sijmonsz van Overvoorden en Dirck Heijndricxsz Besuijen, schepenen van deze heerlijkheid als getuigen, in eigen persoon zijn verschenen:

Pieter Mijnheer (kleermaker) en Cornelis Senten van Delft, beëdigde broeders alhier. Zij zijn door de bestuurders, schout en schepenen van deze heerlijkheid aangesteld als curatoren over de boedel en goederen van wijlen Floris Jansz van Egmond, die hier is overleden, blijkens de akte van curatele daterend van 19 juli 1689.

De comparanten verklaarden in die hoedanigheid, in aanwezigheid van mij als officier en voornoemde schout en schepenen, krachtens de machtiging die hen op 11 januari 1689 is verleend door de heren Commissarissen van de Desolate Boedelen (faillissementsrechtbank) te Leiden, bij dezen wettelijk over te dragen en in volledig vrij eigendom te geven aan en ten behoeve van:

Jacob Samuelsz Brussee of zijn rechtverkrijgenden:
Een huis, erf en tuin, staande en gelegen binnen de voornoemde heerlijkheid aan de Langevaart.

  • Aan de ene zijde belend door: Dirck Eliasz van der Brom, zwager van Ariaantje Teunisdr. Boucqué.
  • Aan de andere zijde belend door: de weduwe van Dirck Broeckaert.
  • Strekkende: van de straat aan de voorzijde tot achter aan het perceel van Cornelis van Gijsen.

Dit onroerend goed is belast met een erfpacht van 9 gulden per jaar, die toekomt aan de erfgenamen van de heer raadpensionaris de Wael en aan de heer mr. Johan Druijvesteyn, burgemeester van de stad Haarlem.

Verder is het goed vrij en eigen eigendom, behoudens de rechten van de Heer [van de heerlijkheid], en met de positieve en negatieve voorwaarden, erfdienstbaarheden (servituten), vrijstellingen en garanties (waaringen) zoals die in eerdere eigendomsbewijzen en documenten zijn vastgelegd. Welke garanties en documenten de comparanten, voor zover zij daartoe bij machte zijn.

zijn, [hebben de curatoren] mede bij dezen aan de voornoemde koper [Jacob Samuelsz Brussee] getransporteerd en overgedragen, met alle rechten, toebehoren en aanspraken van dien, om zich daarnaar te richten.

De comparanten beloven voorts in hun voornoemde hoedanigheid [als curatoren] de koper te vrijwaren (te weeren, cofte te vrijen, ende waren) voor alle aanspraken op alles wat tot de boedel en goederen van wijlen Floris Jansz van Egmond behoort. Hiertoe onderwerpen zij zich aan de dwang en executie van alle landsrechten en rechters, en in het bijzonder het Edele Hof van Holland, met vergoeding van alle eventuele proceskosten.

Ten slotte verklaarden de comparanten in hun genoemde hoedanigheid, met betrekking tot deze verkoop, opdracht en overdracht, gaandeweg volkomen te zijn vergenoegd, voldaan en betaald, van de laatste penning tot de eerste. En dat — bovenop de eerder genoemde jaarlijkse erfpacht — voor een som van honderdtwintig gulden (gerekend op XL groten per stuk) in contant geld, alles te goeder trouw.

Als bewijs hiervan heb ik, voornoemde waarnemend schout van Besuijen, deze akte met mijn uithangende zegel bevestigd, en is deze samen met de voornoemde bestuurders en schepenen ook in de registers getekend op 18 mei 1689.

[In de marge:]
De Belasting (20e penning): In de marge staat de afgedragen belasting genoteerd. De 20e penning is een belasting van 5% op de verkoop van onroerend goed. 5% van 120 gulden is 6 gulden. Het resterende bedrag tot de genoteerde 9 gulden en 13 stuivers bestaat uit de “tiende verhooging” (extra opcenten) en administratieve kosten voor de secretarie.
De Koopsom: Jacob Samuelsz Brussee betaalde 120 gulden contant voor het huis met de tuin. Dat is destijds een gangbare prijs voor een eenvoudig dorpshuis met erf in Rijnsburg, passend bij het loon van een ambachtsman die minimaal een paar jaar moest sparen voor dit bedrag. Het geldbedrag kan ook uit een erfenis zijn gekomen.

Jacob heeft het volledige bedrag van 120 gulden direct en contant betaald. De notaris heeft dit in de transportakte zwart-op-wit vastgelegd met een aantal zeer specifieke 17e-eeuwse juridische en financiële termen:

  • “In gereet gelde”: Dit betekent letterlijk in contant, direct beschikbaar geld (munten). Er was dus geen sprake van een lening, hypotheek (bijbrief) of betaling in natura.
  • “Den laetsten penninck metten eersten”: Dit is een vaste, formele uitdrukking in het oud-Nederlands recht. Het betekent dat de koper de volledige koopsom tot op de allerlaatste cent (penning) heeft voldaan.
  • “Al wel allenskens volcomen vernoegt, voldaen, ende betaelt te sijn”: De curatoren (verkopers) verklaren hiermee dat zij de betaling gaandeweg de overdracht helemaal hebben ontvangen en dat zij hiermee volledig tevreden (vernoegt) en schadeloos gesteld zijn.

Naamvariant BRUSJEE EN BRUSSJE

Een andere aanwijzing dat de naam Snoek/Snouck vermoedelijk fonetisch vertaald is naar de Franse naam Brossee/Brussee, is te vinden in het Rijnsburgs begrafenisboek. In 1695 is de jongste zoon Cornelis van Samuel Jacobsen te Rijnsburg begraven onder de naam BRUSJEE, zie afbeelding 11. En zijn oudste zoon Jacob werd in 1710 begraven onder de naam BRUSSJE, zie afbeelding 12. De klank “SJ” heeft een zachtere uitgesproken “S” klank, zoals de “CH” klank in BROCHET.

Afbeelding: 11 – Transcriptie: Den 15 juni 1695 is begraven Cornelis Samuels Brusjee. Bron: Erfgoedleiden.nl
Afbeelding: 12 -Transcriptie: Den 12 juni is begraven Jacob Brussje. Bron: erfgoedleiden.nl – zoeken op personen.

Cornelis Samuelsz Brussee en zijn vrouw Geertje Pietersdr van Wetteren stierven beiden een maand na elkaar in het jaar 1695. Dit moet een grote impact gehad hebben op zijn broer Jacob Samuelsz Brussee en zijn vrouw. En dat is terug te zien aan de aktes die zijn opgesteld tussen 1695 en 1700. In de aktes is te lezen dat ze hun zonen financieel goed verzorgd achter willen laten, in geval ook zij zouden overlijden voordat hun kinderen financieel onafhankelijk waren.

1695 – Notariële akte – Jacob Samuelsz Brocie

Notariële akte van d.d. 24 juni 1695 – Jacob Samuelsz BROCIE (latijn) – wonende Langevaart, Rijnsburg.

De akte is van d.d. 24 juni 1695 te Leiden met vermelding van; Jacob Samuelsz Brocie en Lysbeth Pietersdr Rocceus die voogdij regelen voor hun jongste kinderen. Zoon Pieter wordt als voogd over de andere kinderen aangewezen (oudste zoon) als beiden ouders komen te overlijden voor de kinderen volwassen zullen zijn. Het echtpaar wonende te Rijnsburg aan de LANGE VAERT. Zie afbeelding 13. Deze bevestiging van de straatnaam is van belang voor de connectie met de bijnaam KRIJSMAN. Zie hiervoor de bron uit 1686 – Gaarlijst van de Asman, afbeelding 9. Het vermelde beroep van Jacob is vlasser.

Afbeelding 13 – Transcriptie: de eersame Jacob Samuelsz Brocie, vlasser en de eerbare Lysbeth Pietersdr Rocceus, egtemans vrouw, wonende binnen de dorpe van Reynsburgh, opde Lange vaert, mij notaris bekent. Bron: Erfgoedleiden.nl
Afbeelding 14 – Transcriptie: t merck gezet bij Jacob Samuels Brocie – Bron: Erfgoedleiden.nl

Update december 2025 en september 2026 – Vondst van mogelijke familieband met familie VAN DER VEN.

1696 – akte over huren van teelland te Oegstgeest

Het is een akte uit het rechterlijk archief van Rijnsburg met vermelding van Jacob Brussee met zijn zoon Jan, Tijs Claese van de Ven met zijn zoon Sijmen, IJsbrandt Cornelisz de Vos met zijn zoon Cornelis, Pieter Jansz van der Linden en Jan de Roseau. Ze huren teelland voor hun zonen. Jacob huurt het teelland voor zijn zoon Jan Jacobsz Brussee. De familie van der Ven duikt in deze akte op. En dat blijkt een nieuwe aanwijzing. Tijs Claese van der Ven is mogelijk een neef van Jacob Samuelsz Brussee. De moeder van Tijs van der Ven heb ik kunnen traceren onder de naam “Susanna SNOECK”. Meer over haar persoon zal volgen. Einde update september 2026.

Afbeelding: 15 – Bron: Familysearch.org – Rijnsburg South Holland – Court Records 1689-1700

Transcriptie van bovenstaande afbeelding 13

Op heden 20 Maart anno 1696,

Compareerde voor Dirck Jacob Kets , ende Johannes Camers — Schepenende vrije heerlijckheijt van Reijnsburgh , Claes Simon van Overvoorden , als verhuurder ter eenre , Ende de heer Abraham Lemmerman. IJbrandt de Vos , als vader ende Voogt van zijn minderjarige zoon Cornelis deses , vande Roscam, Jan de Roseau, Pieter Jansz van der Linden, Jacob Brussee , als vader ende voogt van zijn minderjarige zoon Jan Jacobsz Brussee en Tijs Claese vande Ven, als vader ende voogt van zijn minderjarige zoon Seijmen vande Ven , ieder in hare qualiteijt , als huurders andere zijde. Ende verclaerden zij compts verhuert , ende gehuert te hebben respecie , Een partije teelandt , gelegen , Inden ambachte van Oestgeest , omtrent de Rijsgens , groot: twee morgen, vijff hondert dertig roeden , belend ten zuijdt oosten de kinderen van Claes van Deijl ende weduwe van Cornelis Bouckhout , ten zuijt westen de kinderen van Claes van Deijl , ten noort westen den agterhofweegen ende ten Noortoostende Abdije van Rhijnsburgen , haer huerdes allen soo zij verclaerde , volcoomentlijck bekent , als namentlijcken bij de heer Abraham Lemmerman , seven en tagtig , ende een halve roeden , om de somme van ses guldens , sestien stuijvers , vier penningen jaerlijckx , bij IJsbrandt de Vos , voor zijn soon Cornelis de Vos, tweehondert drie en sestig ende een halve roeden , om de somme van twintig guldens.

Transcriptie van de tweede afbeelding:

Jacob Brussee voor zijn zoon Jan Jacobsz Brussee, driehondert , seven en veertig roeden….

Toelichting op deze akte

Volgens deze akte huurden de vaders teelland te Oegstgeest voor hun minderjarige zonen. Deze akte dateert van acht jaar voor het huwelijk tussen Jan Jacobsz Brussee en Hester IJsbrandsdr de Vos. Uit de akte blijkt dat Jacob Samuelsz Brussee op dat moment reeds een goede relatie onderhield met IJsbrand de Vos. IJsbrand is tweemaal gehuwd geweest. Zijn eerste huwelijk was met Ermpje Gerritsdr van der Kwaak, gevolgd door een tweede huwelijk met Haasje Cornelisdr Roskam. Uit dit tweede huwelijk is zoon Cornelis IJsbrandsz de Vos geboren. Hij wordt in deze akte genoemd en is een halfbroer van Hester IJsbrandsdr de Vos. Zij huwde in 1704 met Jan Jacobszn Brussee.

De genoemde Tijs (Mathijs) Claese vande Ven huwde met Antoinetta Jansdr Roseeuw. Zij is een achternicht van Elisabeth Pietersdr. Roseeuw, echtgenote van Jacob Samuelsz Brussee.

Abraham Lemmerman was een koopman en collegiant, afkomstig van Amsterdam, wonende te Rijnsburg, gehuwd met Huybertje van Overveld. Hij overleed in 1700 te Rijnsburg.

Abraham Lemmerman staat vermeld in het boek: Verhandelingen : rakende de natuurlijke en geopenbaarde Godsdienst

Afbeelding 16 – Bron: archive.org – Verhandelingen

Aanvullende tekst:

“Reeds spoedig, toen de scheuring onder de Collegianten een voldongen feit was geworden, kwamen zij in de gelegenheid om blijk te geven van den geest die in hun kring heerschte. En zij deden het als dezulken, die nog in de volheid hunner eerste liefde aan de onderlinge verdraagzaamheid getrouw
bleven. Zoo kozen zij dan geen partij tusschen de aanhangers van Bredenburg en Lemmerman, maar gingen te Rijnsburg bij beide partijen ten avondmaal.”

Hier volgt binnenkort een Rijnsburgse akte uit 1698

1700: akte m.v.v. Samuel Jacobsz Brussee, 1673-1713

Afbeelding 17

Gedeeltelijke transcriptie

Op huijden den 5en October 1700 heeft Pieter Sam Nagtegael, geboortig van Rijnsburgh omt.  29 jaren aen welgebooren manne van Reijnsburg etc : buijten pijne ende banden van ijsere bekent dat hij gevangen op Noortwijckse kermis, laetstleden op seeckere koets wagen staande op de terf van  Juriaen Amerlaen woonende alhier tot Reijnsbugh is geklommen. Ende uit de zack van seeckere voerman, dewelke op de voorsz wagen sliep gestoolen ofte gehaelt heeft een zomme  (bedrag) van  vijff gulden aan gelt, ende een paer silvere gespen uijt deselve voorman zijn schoenen, 

midsgaders een paer goude knoopen uijt zijn hemd, dat voorts hij gevangen en de gespen aen een  silversmid, woonende inde maersmansteeg tot Leijden om 32 ½ stuivers verkogt heeft , ende  dat hij de  goude knoopen mede aen een silver ofte goutsmid, op den Nieuwen Rijn  tot het heijden om 16 stuivers verkogt heeft, dat voorts hij gevangen was, van Samuel Jacobsz Brussee, omtrent een jaar geleden gestoolen heeft een paar silvere gespen. Doch heeft deselve naderhand aen den voorzegde  Samuel Jacobs gerestitueert (terug gegeven).

Bron: Familysearch.org – Rijnsburg South Holland – Court records; 1623–1651, 1703–1730, 1655–1701

Update d.d. 14-04-2026

1701: akte m.v.v. Pieter Jacobsz Brussee, oudste zoon v. Jacob.

Het is een eigendomsoverdracht uit het Rijnsburgse rechterlijk archief, waarbij de koper het erf overneemt met de bestaande lasten en erfdienstbaarheden, waarbij de verkopers (Druijvesteijn/Batin) worden genoemd als de vorige eigenaren/pachtheren.

Afbeelding 18

Transcriptie 1e blad:

Ick Abraham Homans Scretaris ten desen gesouvereigneerd baljuw ende schout inde vrije heerlijckheijt van Rijnsburg, dat door mij ende Voorzegde Willem van Roon ende Hendrick Bosch, schepenen desen heerlijkheit, als getuijgen ten desen versogt in eigene persoon gekomen en verschenen is „ Gertruijd Boudewijnsdr. Coddeus, weduwe ende — boedelhoudster van Dirck Cornelis Bronckermull ; Ende verclaare zij comparant vercocht te hebben , ende dienvolgende als nu ende wettelijcken op te dragen ende in vollen vrijen eijgendomme over te geven aan, ende ten behoeven van Pieter Jacobsz Brussee ofte zijn regt raad Extract en bestaande dito gelegen binnen de voors. Heerlijckheijt op de Lange vaart belent ten oosten vande Langevaart voorn , ten zuijden Claas Boudewijnsz Coddeus, ten Westen seeckere gemeenelaan , ende ten Noorden Jacob Samuelsz Brussee.

Ende dat met de belasting van agt guldens s ‘ jaars — , erf pagt aankoomende de Heeren Duijvestein en de weduwe Batin ‘t loopende jaar tot laste vanden — kooper koomen zal , voorts vrij als bruikhuijsen ende erven , behoudens den Heer zijn regt , wijders met soodanige voor ende naardelige conditien servitu(ten) — ten vrijdommen ende waringen als begrepen ende , verhaalt staan inde respectie v. oude waarbrieven — ende andere bescheiden daar van zijnde , de jongste van dien in dato den 12den Februarij 1683 , dewelke zij comp(aran)te mede bij desen aanden voorn(oemde) kooper,

Transcriptie 2e blad:

Onleesbare zinnen tekst — en de sullen nog voldaan en de betalen — den laasten penning met den eersten ende — dat met een zomme van veertig guldens tot echtelieden grooten stuck in gereeden gelde , alles ter goeder & trouw en Desen oirconde heb ik gesurrogeert — 1 Beginnend schout voorn(oemde) desen officierszegel bevestigt ende benevens de — voors Schepenen onder de plijcque ende mede ten registeren geteeckent op den eersten Februarij 1701.

Bron: “Rijnsburg, South Holland, Netherlands documenten,” afbeeldingen, FamilySearch (https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-B3RT-GZ5T?view=fullText : 8 dec 2025), afbeelding 288 van 723; Rijnsburg (Zuid-Holland). Rechterlijk Archief. Afbeeldingsgroepsnummer: 008982175 https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QHV-B3RT-GZ5T?view=fullText

Familieverbanden in deze akte:  de verkoopster Geertruid Boudewijnsdr Coddeus (van der Codde), is een schoonzus van Gijsbertje Jacobsdr Draaijer door haar huwelijk met Claes Boudewijnsz Coddeus. Gijsbertje is tevens een schoonzus van Marijtje en Huijgje Samuelsdr. Brussee. De zussen waren gehuwd met de broers Jacob en Rijck Draaijer.

1707 – akte betreft de verkoop van huis door Pieter J. Brussee

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-2.png

Afbeelding 19 – Bron: Familysearch.org – ORA – Oud Rechterlijk Archief.

Transcriptie:

Ik Martinus van Eijk Substituit Bailluw en Schout in de vrije heerlijkheit van Rhijnsburg ,  oorconde dat voor mij en voor Cornelismacker en Pieter Van   der Quaak, schepenen derzelver heerlijkheit als getuigen ten dezen verzogt , in eigener persoon  gekomen ende ver-schenen is Pieter Jacobs Brussee inwooner alhier.

Verklarende hij Comp(aran)t verkogt te hebben en dienvolgen alhier nu wel en wettig  op te dragen en invollen en vrijen eigendom over te geven bij dezen aan en ten behoeve  van Teunis Boucquee ofte zijn regt verkrijgende een huijs en Erve staande en gelegen  binnen de voorsegde heerlijkheit op de Lange vaart, 

belent ten oosten de lange vaart, ten zuiden Claas Boudewijnge Coddeus , ten Regten  zekere gemenelaan , en ten noorden Jacob Samuel Brussée , ende dat met de belastinge  van agt gulden ‘s jaars erfpagt aankomende de Heeren Druivestein en de Weduwe Batin ,  ‘ t jaar 1706 tot lasten van de koper komen zal , voorts — vrij als buurhuizen en erven ,  behouden den heer zijn regt . wijders met zodanige voor en nadeelige conditien , servituten,  Vrijdommen en Waringen als begrepen en verhaalt staan in de respectiveoud waarbrieven  en andere bescheiden daarvan zijnde 6 de jongste van dien in dato den 11 Febr : 1701 ,  dewelk hij Comp(aran)t mede bij dezen aan den voorn. koper posteerde en overgaf , met alle  ‘t regt toe en aanzeggen van dien, ende om hem daar na te reguleren. Belovende voorts hij  Compt voors : verkoste te vrijen en waren als regt is onder verbant van zijn Compts persoon  en goederen , stellende tot dien einde dezelve ten bedwange en executie van alle ‘s heren  regter en Regteren en specialijk den Ed(ele) Hove van Hollant met verhaal van kosten .  Eindelijk bekende hij Comp(arant) ter zake dezer verkopinge , opdragt en overgifte al wel en  ten vollen vernoegt , voldaan en betaalt te wezen den laasten penning metten eersten en dat  met een somme van een hondert vijfen veertig guldens tot de groten ’ t stuk in gereden gelde .  Alles ter goeder trouw,en desen oorconde heb ik Substituit Bailluw en schout voorn(oemde)  dezen met des officiers zegel bevestigt en beneffens de voors : schepenen onder de plijcque  en mede ten registeren getekent in het regthuis te Rhijnburg op den 9 April 1707.

Bron: archive.org – catalogus – Rijnsburg – transportregisters (ORA)

Geschreven en samengesteld door Lisanne Imholz-Komijn – 2022/2026 Copyright